Historie,

legenden en sterke verhalen uit de geschiedenis

van

Schutterij St. Gertrudis

Drie veteranen over de Amstenraadse schutterij (september 2000)

In gesprek met Cep(†) en Mei Roberts en Wiel Kruitwagen
 


Cep


Wiel


Mei

- door Luc Wolters -
- enigszins bijgewerkt en aangepast door André Meijers -

De Amstenraadse schutterij St. Gertrudis telt binnen haar gelederen een aantal veteranen, die al van voor de oorlog deel uitmaken van de schutterij, die neergang en wederopbloei hebben meegemaakt en de vereniging door dik en dun hebben gesteund. In het bruine countrycafé van Jan van Cep
-de thuishaven van de schutterij- vertelt het drietal Cep Roberts, zijn broer Mei Roberts en
Wiel Kruitwagen over hun gezamenlijke schuttersverleden in Amstenrade.

Familietraditie

De zojuist 85 geworden Caspar (Cep) Roberts (*1915, †2003) is al sinds 1929 lid, zijn jongere broer Mei (*1922), alsmede Wiel Kruitwagen (*1924) sinds 1937.
Gezamenlijk staan zij garant voor bijna 200 jaar schutterservaring.
Die ervaring hebben zij overgeleverd gekregen van hun vaders en op hun beurt doorgegeven aan hun zonen en kleinzonen.
Zo wordt een schutterij op basis van de familietraditie in ere gehouden.
Vergelijk het met een estafettestokje, dat jou gegeven wordt, je pakt het aan, geeft er invulling aan, maar geeft het ook weer over naar volgende generatie.

Heroprichting na Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de schutterij in ruste.
In 1919 volgde een grootse heroprichting en trad de Amstenraadse schutterij met ruim veertig geweerdragers uit.
Zij behaalden op schuttersfeesten in Houthem en Gulpen tal van successen.
In 1921 organiseerde Amstenrade een groot internationaal schuttersfeest met 45 deelnemende Limburgse schutterijen en 7 uit de Zelfkant met hun tamboer- en fluitkorpsen.
Toch zou de glorie niet jarenlang duren; hoogmoed was oorzaak van de val.
Zo had de toenmalige voorzitter Harie Leunissen, gemeentesecretaris, een feestmaal laten aanrichten met ree en zilveren bestek.
Maar ook had de man voor trammelant gezorgd en was over de schreef gegaan.
Het leidde ertoe dat de schutterij tot inkrimpen gedoemd was.

Vooroorlogs uniform

Het uniform van destijds werd gedragen door het leger in Nederlands Indië. Hierbij hoorden ook de beruchte beenwindsels, die als een rol verband om het onderbeen vastgemaakt moesten worden. Toen de vader van Cep en Mei Roberts in 1930 overleed werd Cep voor diens uniform gecharterd;
het bredere postuur van vader werd weggewerkt met een aantal spelden.
Bart Kruitwagen had deze poeties in militaire dienst nog gedragen en moest zoon Wiel helpen om ze op de juiste manier vast te maken, anders raakten ze los en sleepte de schutter een meterslang lint achter zich aan. Mei heeft dit uniform niet gedragen; hij ging bij het in 1935 opgerichte tamboer- en fluitkorps, dat witte hemden en dito broek droeg, zwarte band en stropdas met een "belsj kepke".

Het schieten

Tot direct na de oorlog werd de koningsvogel geschoten; een aantal schutters schoot, in een halve boog staande, tegelijkertijd met hun eigen geweer op de vogel.
Omwille van diverse veiligheidsvoorschriften -Bingelraadse schutters waren met geladen geweer aangehouden- moest voor dit schieten na de oorlog de zware buks gebruikt worden. Amstenrade beschikte al langer over een zware buks voor het concoursschieten. In 1933 werd een buks gekocht van de Duitser Frings te Venlo voor ƒ 600,=.
Eerder was er een Halbach-geweer.

De oorlog

In de oorlog ging de schutterij niet op in de Kulturkammer en mocht zij haar activiteiten niet voortzetten.
De uniformen werden bij eenieder in de kast bewaard; de geweren en de zware buks werden ingeleverd en zijn door Jeup Offermans op de gemeente verborgen onder een vloer.
In Amstenrade in het kasteel huisde echter graaf Maximilianus (Max.) de Marchant et d'Ansembourg, die tijdens de oorlog de NSB-gouverneur van Limburg was.
Hij staat in de herinnering als een daadkrachtig man, tevens oud-burgemeester.
De goede binding tussen de schutterij en het kasteel brak de schutterij na de oorlog op.

Opbouw na de oorlog

Na de oorlog was nog slechts een handjevol actieve schutters over. Ze beleefden moeilijke jaren, de schutterij was bijna "op de vot". Maar de doorzetters uit die jaren hielden de schutterij toch op been; onder die doorzetters bevonden zich deze drie veteranen. Zij begonnen op tal van manieren geld bijeen te sparen voor nieuwe uniformen. Hiervoor werd van alles georganiseerd: "auwwiever­bal", erwtensoep eten, kegelen, windbuksschieten en mosselavonden. Al sinds 1946 tot heden (2000) toe organiseert Wiel Kruitwagen kienavonden. In 1948 kwam een lichte kentering: via een kennis van het kasteel werden Amerikaanse uniformen bemachtigd en er werd een nieuw bestuur gevormd met Sjang Creemers als voorzitter, Cep Roberts als secretaris en Wiel Kruitwagen zou op dat moment zijn start maken als penningmeester, tot heden toe (2002).

Processie

De schutterij begeleidde van oudsher de processie.
Een aantal schutters liep als erewacht aan weerszijden van de Hemel, waar pastoor met het Allerheiligste onder liep.
Direct na de oorlog wilde pastoor Goessens de "verkenners" naast de Hemel laten lopen.
De schutters accepteerden dit niet; vader Kruitwagen plaatste een gebalde vuist in de rug van zijn zoon met de woorden "En hei bliefste loope".
Zo behielden de schutters hun plaats in de processie.
Echter vanaf 1970 trekt deze religieuze stoet niet meer, ze was eenmaal afgelast wegens slecht weer, daarna werd als argument aangevoerd dat het te druk was op de weg en verdween de processietraditie mettertijd.

Koningsvogelschieten

In Amstenrade ("Austroa") wordt sinds mensenheugenis de koningsvogel met Beloken Pasen geschoten (de zondag na Pasen). In de volksmond heette deze dag "Paosch Austroa". Volgens Cep, die vijf maal koning is geweest, krijgt de koning te weinig toelage.
In 1949 ontving hij ƒ 25,=, maar moest hij wel vier maal trakteren, omdat hij als koning naar huis begeleid werd.
Dat weerhield hem er niet van nog enkele malen het koningschap te behalen.
In 1955 begeleidde Harmonie De Nederlanden de schutterij bij het vogelschieten op de Heiberg.
Dat was de laatste keer op die locatie.
Voor 1956 moest de vogel­stang worden overgebracht naar de Kloosterberg.
Het cement waar de stang in vastzat, was echter niet kapot te krijgen, zodat de paal moest worden afgezaagd om hem te verplaatsen.

Prijsvogelschieten

Tijdens de zomerkermis werd een schuttersmis gehouden, waarna de acht of negen cafés bezocht werden. 's Middags werd een prijsvogel geschoten.
Voor de oorlog was dit al zo en erna ook een tijdlang.
Dit prijsvogelschieten is echter afgeschaft omdat na de odyssee langs de Amstenraadse heiligenhuisjes veel schutters in een weinig nuchtere toestand op de prijsvogel wilden schieten.
Sinds 1978 wordt een prijsvogel geschoten op de zogenaamde Rozenkranszondag.

Federatiefeest

In 1964 kwam Amstenrade in aanmerking voor de organisatie van het Zuid-Limburgs Federatiefeest. De buffetten werden in die tijd steevast verpacht, voor het ZLF leverde dit ƒ 1750,= op.
Een hevig onweer deed van tevoren nog een schiettentje wegwaaien, dat in de bomen terechtkwam en een aantal schietbomen woeien om.
Concurrentie ondervond Amstenrade evenwel van de Parade der Nationaliteiten, die voor de eerste maal in Brunssum georganiseerd werd.
Toch was er een netto opbrengst van ƒ 5000,=.
In datzelfde jaar (1964) werd Wiel Kruitwagen penningmeester van de schuttersbond Gerardus en van de Zuid-Limburgse Schutters­federatie.

Vervoer

Het vervoer naar de schuttersfeesten is in de loop der tijd nogal gewijzigd.
Naar Houthem in 1919 gingen de schutters nog met paard en kar.
Ook later was er geen geld voor de bus.
Joep Hahn had een oude vrachtwagen; daar werden planken ingelegd en dat was goed genoeg voor de "verre" reizen.
Kortbij gingen de schutters te voet in formatie met marstempo naar Oirsbeek of op de fiets naar Spaubeek of Sweikhuizen.
Als de schutters met de fiets terugkwamen had de een of ander moeite op de weg te blijven en werd door het hooi in de wei gecrosst; dit noemden ze "t huij kieëre".
Tegenwoordig, zo klagen de oudjes, kan niemand meer zonder de auto, zelfs voor de meest nabijgelegen schuttersoorden wordt de heilige koe van stal gehaald.

Diverse herinneringen

Ook de Amstenraadse schutterij heeft bielemannen gekend, zij het korte tijd (1966 en ±1970-1974).
Door officier Van Berge werden connecties met het Duitse Recklinghausen onderhouden; geregeld troffen de schutters elkaar tijdens uitwisselingen.
Tijdens het OLS in 1956 hadden twee schutters de bus gemist, zij kwamen terug in Amstenrade met de eerste mijnwerkersbus uit het noorden.
En dan Huubke Palmen, die een naam hoog had te houden als het om veel drinken ging.
Tijdens een Dreiländereck te Burtscheid ging hij tegen een Duitse politieman tekeer:
 "Wents doe de moel nit hilts dan houw iech diech eine kop wie inge wesjkeatal".
De agent had het verstaan en kon het niet waarderen, Huubke kon nog net ontzet worden door de toenmalige voorzitter.

Jubileum in 1975

In 1975 werd jubileum gevierd, namelijk het 325-jarig bestaan. Aan de vereniging werd toen één der eerste koninklijke erepenningen uitgereikt namens de toenmalige koningin Juliana.
Een andere koninklijke onderscheiding, de orde van Oranje Nassau in goud was voor Wiel Kruitwagen, die recent tot generaal was benoemd, in welke hoedanigheid hij vele prijzen zou winnen.
In 1980 werd Wiel opgenomen in de Edele Eedbroederschap van de Souve­reine Orde van de Rode Leeuw. Enkele jaren later zou zijn bevordering tot officier in die orde plaatsvinden.

Goede oude tijd

De beste herinneringen worden gekoesterd.
Voor Mei was dit 1966, toen hij schutterskoning was en in Brunssum het "Koning der Koningen"-schieten won en de Baron de Negri-beker in ontvangst mocht nemen.
Cep is maar liefst vijf maal koning geweest en vond elk schuttersfeest een feest.
Wiel valt hem op dit punt bij; hij vindt het prachtig om tijdens de schuttersfeesten mensen van alle rangen en standen te treffen en met eenieder te praten.
Cep vult aan: "in de tijd dat wij jong waren, kostte het bier een dubbeltje, je had een paar gulden bij je en daarvan werd een leuke middag gemaakt".
Wat er veranderd is in die jaren: "de uniformen en het nodeloos moderne, het hoogvliegen", in nieuwe structuren met commissies e.d. wordt verantwoording afgeschoven.
Toch zijn ze nog maar wat trots om op hun leeftijd deel uit te maken van hùn schutterij

St. Gertrudis Amstenrade.

Uit: Limburgs Schutterstijdschrift, nr. 48, september 2000, 14-19.


 

Jubileum CD Amstenrade

Op zaterdagavond 24 januari jongstleden vond in schutterslokaal Jan van Cep de presentatie plaats van de jubileum-Cd van de drumband en het klaroenkorps van schutterij St. Gertrudis Amstenrade.De meer dan 350 jaar oude schutterij is in de gelegenheid gesteld om het 50-jarig bestaan van hun korps te vieren met het maken van een Cd.

Toen Clim Roberts en André Lenders in 1953 overgingen tot de oprichting van de “Kleen Sjötterie”, had niemand kunnen vermoeden dat hiermee de basis was gelegd voor de drumband en het klaroenkorps dat wij heden ten dage kennen.
Een van de hoogtepunten was de deelname aan het bondsschuttersfeest in het naburige Oirsbeek, waar de jeugd van Amstenrade, compleet met koningspaar, binnenmarcheerde.
Vanwege de beperkte financiële middelen werden de kostuums door Clim zelf gemaakt, terwijl de verdere uitmonstering voor rekening kwam van André.
Oude Maggiblikken dienden als trommel en van een oud beddenlaken werd op een kunstzinnige manier de vlag geknutseld.
De kleen  sjötterie onder de bezielende leiding van Lei Verbeek.
Al snel werden de drie tamboers (Jan van Cep, Jozef Lenders en No Adriolo) gerekruteerd om bij de echte schutterij te gaan leren trommelen.
Samen met onder meer Martin Piereij en André Meijers vormden zij de eerste drumband, die spoedig de blikken voor echte trommels verruilden.
Nieuwe leden dienden zich aan, zodat in 1959 klaroenblazers het geheel complementeerden.
Gerrit Meijers, met de hulp van Küüb Peters, Jan Cobben en André Meijers, die meer dan 25 jaar leiding gaf, maakten van het korps in de jaren zestig een geduchte tegenstander op de Bondsschuttersfeesten.
In de hoogste afdeling werden veel prijzen veroverd en werden er diverse gastoptredens in het buitenland verzorgd.
In de jaren negentig nam het aantal jeugdleden sterk toe en werd met medewerking van instructeur Louis Swelsen gewerkt aan een korps dat weer terugkeerde op niveau.
Onder leiding van de huidige instructeur Raymond Starmans promoveerde het korps naar de eredivisie.
De drumband speelt blaasmuziek in Es/ Des en Besstemming, die worden afgewisseld door trommelmarsen, die in de zogenaamde Baslertechniek gespeeld worden.

Het 50-jarig jubileum van de drumband stond eraan te komen, maar men voelde weinig voor de traditionele receptie.
Totdat drumbandlid Rob Pelt met het lumineuze idee kwam om een CD op te nemen met muziek van de drumband. Rob zorgde voor de afname van 350 stuks, zodat de opname en uitgave van de Cd zich zou lonen en hij bood alle drumbandleden bij voorbaat een exemplaar aan.
Dat stimuleerde. De CD werd live opgenomen en in januari (2004) gepresenteerd. Al de dag na de presentatie was muziek van de CD op de radio te horen tijdens het verzoekplatenprogramma op L1.
Hiermee wenste de drumband Rob proficiat met zijn vijftigste verjaardag.

Aan de goed georganiseerde en gezellige presentatie, aan elkaar gepraat door een enthousiaste Bert Willems, werkte ook het jachthoorn- en trompetterkorps van schutterij St. Hubertus Schaesberg mee.
Naast een tweetal  nummers uit hun eigen repertoire, speelden zij later op de avond samen met het jubilerende vereniging een aantal stukken onder leiding van Raymond Starmans.
Natuurlijk speelde het Amstenraadse korps op hun eigen feestavond een aantal nummers van hun jubileum-Cd, waarvan de eerste Cd door Mario Biesmans van MABI-recordings uit Geulle aan de voorzitter en drumbandlid Math Roberts was uitgereikt.

Oud-voorzitter André Meijers en schutterslokaalhouder Jan Roberts (Jan van Cep) ontvingen een exemplaar omdat ze al vanaf het prille begin bij de drumband betrokken waren.
Daarna werden niet alleen de drumbandleden verblijd met een jubileumspeldje en een eigen Cd, maar werden de sponsors, ereleden en een aantal genodigden voorzien van de jubileum-Cd.

Trompettist Piet Knarren uit Schinnen, die in het laatste nummer van de Cd (Bolero Militaire) de solopartij voor zijn rekening heeft genomen, bracht het rijkelijk aanwezige publiek met een twintig minuten durend gastoptreden in de juiste stemming.
Tot de laatste uurtjes bleef het daarna, op muziek van de ingehuurde diskjockey, nog gezellig in het schutterslokaal en is de schutterswereld een Cd rijker.

Liefhebbers van echte “Sjöttemuziek” kunnen deze Cd nog bestellen bij
Jan van Cep( telefoon 046-4421408) of via de voorzitter van de schutterij
Math Roberts( telefoon 046-4424355).
Prijs:
10,-
 

Uit: Limburgs Schutterstijdschrift, nr. 62, maart 2004, pag.13-14